GTB Voorlichting en instructie
GTB Voorlichting en instructie
Goedgekeurd door Sociale Partners

Ter informatie, Januari 2025

De werkgever is verantwoordelijk voor het geven van voorlichting en instructie over veilig en gezond werk. In de Arbowet wordt gesproken over voorlichting en onderricht. Voorlichting komt neer op het geven van informatie over de risico’s. Bij onderricht worden trainingen en opleidingen bedoeld die gaan over het praktisch leren omgaan met de risico’s en het leren van vaardigheden.  

Uit de risico-inventarisatie blijkt welke voorlichting en instructies per functie gegeven moeten worden. 

Veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan doordat voorlichting en instructie niet of op het verkeerde moment) worden gegeven, medewerkers de verkeerde onderwerpen geïnstrueerd krijgen, de inhoud van de instructie onvoldoende is of dat een instructie wordt gegeven door een persoon met onvoldoende kennis en didactische vaardigheden.
Daarnaast is het noodzakelijk om instructies met regelmaat te herhalen.

Medewerkers die goed zijn voorgelicht en getraind, werken veiliger, maken minder fouten en zijn vaak productiever. 

Wat is de gewenste situatie?

De werkgever zorgt ervoor dat medewerkers alleen werkzaamheden uitvoeren die ze veilig en gezond kunnen uitvoeren doordat ze opgeleid, voldoende deskundig en vaardig zijn.

Er wordt toezicht gehouden op het naleven van de instructies.

Maatregelen

Het bedrijf heeft een plan opgesteld voor arbovoorlichting, waarin per functie is aangegeven welke arbothema’s aan bod moeten komen.

Voorlichting en instructie zijn afgestemd op de risico’s die voortkomend uit de RI&E.

De inhoud van de voorlichting en instructie sluit aan bij de functie en het kennis en taalniveau van de medewerker.

Interne instructies worden gegeven door collega’s met kennis en ervaring van de werkzaamheden en beschikken over vaardigheden om hun kennis en ervaring over te brengen.

Voorlichting en instructie zijn aantoonbaar en geregistreerd.

Voorlichting en instructie wordt zo vaak als nodig is herhaald.

Medewerkers mogen alleen die werkzaamheden doen waar ze aantoonbaar voor zijn geïnstrueerd en/of
opgeleid.

Er is extra aandacht voor jongeren en anderstaligen.

Toelichting op de maatregelen

1. Voorlichtingsplan 

Om structuur te geven aan voorlichting en instructie is het nodig om een arbovoorlichtingsplan op te stellen.
Stel per functie het volgende vast:

  • Over welke thema’s moeten de medewerkers arbovoorlichting en scholing krijgen?
  • De voorlichting moet in gaan op de risico’s bij de werkzaamheden en de te nemen maatregelen. Zie daarvoor de diverse onderdelen van de arbocatalogus.
  • Wordt de voorlichting per thema verzorgd?
  • Wie geeft de voorlichting, wie is geschikt? Is dit ex- of intern (Intern alleen bij voldoende kennis en didactische vaardigheden)
  • Hoe vaak moet een voorlichting herhaald worden?
  • Hoe wordt gecontroleerd of voorlichting en instructies begrepen zijn?

 2. Voorlichting en instructie in de risico inventarisatie  

Werknemers moeten voorgelicht en geïnstrueerd worden over de werkzaamheden die ze zullen uitvoeren. De vorm en inhoud van een instructie kan wel verschillen. Het is dus noodzakelijk om vast te stellen waar over je instructie of voorlichting wil houden. Vanuit de RI&E moet er op basis van de geconstateerde risico’s een lijst opgesteld worden met onderwerpen waarover een voorlichting en instructie geven moet worden. Daarnaast kunnen (kwaliteits)certificaten aanvullende eisen stellen aan voorlichting en instructie van medewerkers. Het vaststellen van deze onderwerpen vindt plaats in een voorlichtingsplan (Zie bijlage) over veilig en gezond werken.

3.  De inhoud van de voorlichting en instructie: 

  • Zorg ervoor dat de inhoud van de opleiding is afgestemd op de uit te voeren werkzaamheden en de gevaren op de werkplek hou rekening met:
    • Taken en de bijbehorende risico’s.
    • Het kennis- en taalniveau van de medewerker
    • Het benodigde niveau voor het uitvoeren van de werkzaamheden
  • Stel afhankelijk van de werkzaamheden werkinstructies op (papier of digitaal). De medewerkers kunnen dan nalezen wat de bedoeling is. Niet alle informatie zal immers direct blijven hangen. Gebruik hiervoor de gebruiksaanwijzing/ handleiding en de arbocatalogus en houd het simpel. Zie toe op het juistegebruik ervan. Neem in de werkinstructie ook op welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden.
  • Een voorlichting moet doeltreffend zijn. Dit betekent dat het een combinatie van mondeling en schriftelijke informatie (theoretisch) gecombineerd met oefeningen in een praktijksituatie is
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden.
  • Voer een praktijk en/of theoretische check of toets uit, om te controleren of de medewerker de instructies heeft begrepen. Als blijkt dat dat niet het geval is mag de betreffende medewerker de werkzaamheden eerst nog niet uitvoeren. Geef zo nodig nogmaals een instructie totdat de medewerkerhet heeft begrepen.
  • Stel vast wat nodig is voordat iemand (na instructies) zelfstandig werkzaamheden mag uitvoeren. Bijvoorbeeld 500 uur onder begeleiding van een ervaren medewerker werken voordat werkzaamheden zelfstandig uitgevoerd mogen worden.

Tip: in de arbocatalogus vind je de afspraken terug die binnen de sector gemaakt zijn over veilig en gezond werken.

4. Voorlichting en instructie zijn aantoonbaar en geregistreerd 

  • De werkgever moet kunnen aantonen dat voorlichting en instructies zijn gegeven. Dit kan alleen wanneer dit geregistreerd wordt. Vermeld daarom: 
    • datum en plaats van de cursus of instructie 
    • naam en functie van de opleider/instructeur 
    • inhoud van de behandelde punten / bedrijfsafspraken 
    • namen van cursisten/medewerkers
  • Maak een overzicht waarin is opgenomen wie welke voorlichting of instructie heeft gehad (of moet hebben) en wanneer deze herhaald moet worden. In de bijlage is een voorbeeld van een voorlichtingsschema opgenomen deze kan de werkgever zelf aanpassen. Ook is hierin vast te stellen wanneer iemand zelfstandig werkzaamheden mag uitvoeren (bijv. na 500 uren onder begeleiding,). Evalueer dit minimaal jaarlijks.

5. Voorlichting en instructie wordt zo vaak als nodig herhaald.

Medewerkers beschikken vaak vanuit hun vooropleiding over diverse opleidingen. Veranderende inzichten en nieuwe werkmethodes geven noodzaak om opleidingen en instructies te herhalen.

  • Om de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren, zal er na de opleiding(en) in de praktijk regelmatig en zorgvuldig moeten worden getraind.
  • Herhaal de voorlichting omdat eenmalige voorlichting niet werkt. De kracht schuilt in de herhaling. Behandel voor aanvang van het seizoen of werkzaamheden een bepaald onderwerp.
  • Stel vast hoe vaak een instructie herhaald moet worden. De frequentie is afhankelijk van het risico en hoe vaak de werkzaamheden plaatsvinden. Houd ook rekening met werkzaamheden op verschillende locaties. Soms zullen hier aangepaste instructies voor nodig zijn.
  • Geef de voorlichting in verschillende werkvormen. Denk hierbij aan een theoretisch of praktische werkvorm op individueel- of groepsniveau.
  • Sommige certificaten zijn voorzien van een vervaldatum, volg voor de verloopdatum een verlengingstraining. Dit is niet altijd wettelijk verplicht maar wel aan te raden.
  • (bijna)Ongevallen of nieuwe ontwikkelingen binnen het bedrijf kunnen reden zijn tot het herhalen van een instructie.

6. In- of externe opleider?

Om een medewerker ontbrekende kennis en vaardigheden te verschaffen kan een bedrijf kiezen om de medewerker extern op te leiden of te laten instrueren door een ervaren collega. Dat laatste kan alleen als de werkgever heeft vastgesteld dat er een ervaren collega beschikbaar is die:

  • zelf aantoonbaar is opgeleid voor de betreffende werkzaamheid
  • EN/OF: over jarenlange ervaring beschikt in het uitvoeren van de betreffende werkzaamheid en al de onderdelen zelf goed beheerst die genoemd zijn bij de betreffende werkzaamheid in ‘Inhoud van de opleiding/instructie’
  • EN: over voldoende didactische vaardigheden beschikt om de vereiste theorie en praktijk over te brengen en een toets af te nemen;
  • EN: over voldoende tijd beschikt om de instructie en de benodigde toetsing uit te voeren.

Bij de interne instructie worden al de onderdelen behandeld die in de gebruikershandleiding staan en de punten die benoemd worden in de Arbocatalogustekst van de betreffende werkzaamheid onder het kopje ‘Inhoud van de opleiding/instructie’. 

Als niet aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, dient een medewerker extern opgeleid te worden. In de praktijk blijkt dat het lastig is om goede invulling te geven aan de bovenstaande voorwaarden. Bij risicovolle werkzaamheden is een externe opleider daarom een verstandige keuze. Ga bij de keuze van een
opleidingsbedrijf na of in de opleiding alle onderdelen die in ‘Inhoud van de opleiding/instructie’ bij de betreffende werkzaamheid worden genoemd, aantoonbaar aan bod komen. Overweeg een keuze voor een officiële opleiding als die beschikbaar is zoals bijvoorbeeld Kasgroeit en HAS Green Academy.

Zorg dat bedrijfsspecifieke punten die in een externe opleiding onvoldoende aan bod zijn gekomen met interne instructie worden aangevuld.

7. Jongeren, anderstaligen en bijzondere groepen

Het is van belang dat iedereen de instructies begrijpt. Zorg er voor dat dit wordt afgestemd op de toehoorder. Jongeren en anderstaligen kunnen lopen hierbij extra risico. Zie voor meer informatie (AC Jongeren en Anderstaligen). Ook zijn er steeds meer zij-instromers die niet beschikken over de juiste kennis vanuit een vooropleiding hiervoor moet extra aandacht zijn.

Wat u verder moet weten

De volgende instructies zijn opgenomen in de arbocatalogus Glastuinbouw: 

Meer informatie

• Arbobeleid
Jongeren (LINK)
Anderstaligen

Heb je vragen of nog extra hulp nodig?

Een gezond bedrijf. Zo doe je dat!

Hebben jouw medewerkers een gezonde werkplek? Werken ze allemaal even veilig? En net zo belangrijk: zitten ze lekker in hun vel? Vragen waar wij het antwoord op weten.
Bij Stigas hebben we jarenlange ervaring met het zorgen voor gezonde medewerkers in agrarische en groene bedrijven. Gezonde medewerkers zorgen namelijk voor gezonde bedrijven. En gezonde bedrijven zorgen voor een gezonde sector.

Vrouw met mobiel